Pantheïstisch Pleidooi

06/03/2009

Hoofdstuk 3

Hoort bij: Pantheïstisch Pleidooi — oliver @ 10:17

HET RELIGIEUZE GEVOELSLEVEN

De bespreking van het religieuze gevoelsleven dwingt tot een beschou­ wing van het gevoelsleven in het algemeen. Het woord gevoel heeft ver­ schillende betekenissen; ik zal het hier uitsluitend gebruiken in de bete­ kenis van gemoedsaandoening, emotie. Zijn de emoties hevig dan spreek ik van affekt. Mc. Dougall noemt de emotie de affektieve ommezijde van het instinkt. De emoties hangen onverbrekelijk samen met de instinkten en men kan niet doordringen tot het wezen van de emotie zonder door te dringen in het wezen van het instinkt. Er bestaan geen emoties onaf­ hankelijk van de instinkten en ook de religieuze emoties zijn geworteld in het instinktleven en kunnen alleen van daaruit worden begrepen. Daar­ om is het noodzakelijk grote aandacht te besteden aan het instinkt. Het hoofddoel daarbij is, duidelijk te maken, dat de psyche een biologische basis heeft en dat er niets is in de geest, dat niet in het instinkt zijn aan­ vang neemt en waarin dat instinkt niet mee doet. En dat geldt uiteraard ook voor het religieuze leven. Maar stamt het religieuze leven dan niet uit het Transcendente? Zeker, doet het dat, maar de instinkten zijn de kanalen, waardoor het Transcendente zich aan ons openbaart. En zij zijn de enige kanalen, waardoor God tot ons “spreken” kan. Wie inkeert tot de diepten van zijn eigen ziel, vindt daar zijn instinkten en dan is hij vlak bij God. De onderdrukking der instinkten is een heilloze weg. Het leidt tot hun misvorming en tot verstopping van de natuurlijke kanalen, die ons met God verbinden. De mysticus William Blake wist dat lang voor de diepte-psychologie zijn inzichten kwam bevestigen. Hier volgens enke­ le van zijn bondige en heldere uitspraken:

” …de mens heeft geen van de ziel verschillend lichaam; want dat wat het lichaam wordt genoemd is het gedeelte van de ziel, dat onderkend wordt door de zinnen.”

en deze:

” …Zij, die de begeerte breidelen, doen dit omdat de hunne zwak genoeg is om te worden gebreideld; en de breidelaar, de rede usur­ peert haar plaats en regeert de weerspannige. En gebreideld zijnde, wordt zij geleidelijk lijdend, tot zij nog maar een schaduw is van een begeerte.”

En ik voeg hier aan toe, dat de onderdrukte begeerte afgrijselijk misvormd te voorschijn breekt; de mens herkent zichzelf daarin niet en deinst vol ontzetting terug voor wat hij in zijn verdwazing en blindheid voor zijn natuur houdt. Ook dat wist Blake. Hij zegt: (70)

” …Hij die begeert, maar niet toetast, broedt pestilentie.”

Met Blake verzet ik mij tegen de usurpatie van de rede, die pretendeert in de aanvang te zijn. In de aanvang was niet het Woord. En daarom ver­ ander ik het Johannes-Evangelie en zeg: “In den aanvang was de Begeerte en de Begeerte was bij God en de Begeerte was God.” Er is dus alle reden uitvoerig in te gaan op het wezen van het instinkt, willen we het antwoord vinden op de vraag, wat religieuze gevoelens en ervaringen eigenlijk zijn, hoe ze ontstaan en welke invloed ze hebben op ons gedrag en op de normale, ongestoorde ontplooiing van de persoon­ lijkheid. De gedragingen van de mens kan men onderscheiden in instinkthande­ lingen en wilshandelingen. Het dier kent geen wilshandelingen; het ge­ draagt zich uitsluitend instinktief. Het woord gedrag beperk ik tot de organismen, zodat een steen en chemische stoffen zich niet kunnen ge­ dragen, al wordt dit woord in de taal toch gebruikt, wanneer verande­ ringen optreden in de anorganische wereld. Het gedrag van een organis­ me is steeds een totaal-reactie van dat organisme. Een organisme ge­ draagt zich, omdat het behoeften heeft en deze behoeften bevredigd moeten worden. Mens en dier hebben hun biologische behoeften en de bevrediging dier behoeften is noodzakelijk voor hun gezondheid. Blijft de bevrediging te lang of helemaal uit, dan is verstoring van het psycho­ physisch evenwicht het gevolg. De instinkthandeling is een gedrag, dat ontstaat door een psycho-physische aandrift, gericht op een biologisch doel of met andere woorden op de bevrediging van een biologische be­ hoefte. In dit opzicht is er niet het minste verschil tussen mens en dier. Maar het dier wordt niet alleen voorwaarts gedreven in de richting van het biologisch doel, het wordt ook instinktief gestuurd. Hoe het doel be­ reikt moet worden, ligt reeds in de psychische struktuur van het dier vast. Zijn gedrag is stereotiep, gepreformeerd soortgedrag. Het dier is aan zijn milieu aangepast en zijn gedrag is in dat milieu voldoende doel­ matig. Het hoeft niet te weten en het hoeft niet te leren; het “weet” alles, wat het nodig heeft vanaf de geboorte. Bij de mens is dit instink­ tieve weten grotendeels verloren gegaan. Het instinktieve gedrag is niet helemaal star; er is een zekere marge van variabiliteit maar die is niet groot. Men kan dus aan het instinkt twee aspekten onderscheiden nl. de stuwende kracht, in de psycho-analyse Trieb geheten, en het sturend vermogen, de cognitie, waardoor het dier “weet” hoe het zich moet ge­ dragen. De woorden streven en weten zijn feitelijk ongeschikt om er dierlijke gedragingen mee te beschrijven. Het zijn termen ontleend aan het menselijk bewustzijnsleven en dat ontbreekt bij dieren. We moeten dus eigenlijk zeggen: het is alsof het dier streeft, maar het wordt onweer­ staanbaar voorwaarts gedreven. Het is alsof het dier weet, maar het ge­ hoorzaamt zonder nadenken aan een ingebouwd stuur. Ik zal duidelijk maken, dat de mens dat ingebouwde stuur heeft verloren, maar de mo­ tor heeft hij nog en die stuwt hem voorwaarts, want zijn behoeften schreeuwen om vervulling. Als derde aspekt van het instinktleven treedt nu de emotie op. De emoties zijn zeer nauw met het lichaam verbonden. Een emotie verandert de interne sekretie. Emotie en sekretie vormen een onafscheidelijke eenheid. Bij voedingsinstinkt en paringsinstinkt is het (71) de spanningstoestand der organen, die het sluimerende instinkt aktiveert en het blijft volhardend aktief tot de behoefte bevredigd is en de span­ ningstoestand opgeheven. Daarom is een instinkt juist een psycho-physi­ sche aandrift en hangen soma en psyche onverbrekelijk samen. Zonder volledige aanvaarding van onze instinktieve behoeften en hun integratie met het geestelijk leven kan van gezondwording geen sprake zijn. Het kompetitie-karakter van de samenleving, de onophoudelijke jacht naar prestaties, de strijd om macht, bezit en status dwingt de moderne mens zijn emotionaliteit voortdurend onder kontrole te houden en zo volledig mogelijk door de ratio te blijven beheersen. Terwille van maatschappelijk sukses doet hij afstand van veel essentiële behoeften, onderdrukt instink­ ten en met hen de daarbij behorende emoties. De onderdrukte emoties wreken zich in de neurose. De geleerden streven ernaar hun wetenschap emotie-vrij te houden; ze noemen dat objektiviteit. Als het lukt – heel vaak lukt het niet – ontstaan die typische koude abstracties, die waarde­loos zijn, omdat ze emotie-loos d.w.z. niet levend zijn. Levende waarheid is subjektief en vol emotionele spanning.

Het is onmogelijk het levensgedrag uitsluitend causaal te verklaren. Een instinktief gedrag is steeds een doelgerich t, samengesteld handelingsge­ heel; het begin ervan is onafscheidelijk van en onbegrijpelijk zonder het doel, dat bereikt moet worden. Maar het dier is zich volstrekt niet be­ wust van enig doel, noch heeft het inzicht in het doel van zijn eigen ge­ drag. Zo legt de graafwesp haar eieren in de rups, die ze met een steek verlamt. Als de larven uitkomen en zich met de rups voeden, is de wesp allang dood. De wesp steekt de rups zo, dat ze niet sterft, maar wel ver­ lamd wordt. Maar wat weet een wesp van rupsen-anatomie? Kippen slikken zo nu en dan kleine steentjes in, die de harde graankorrels in de maag stuk maken. Maar een kip weet niet, dat zij een maag heeft. De ver­ schaalde kreeft stopt zandkorrels in zijn gehoororgaan om het bij de ver­ velling verloren gegane evenwichtszintuig te herstellen. En toch begrijpen de dieren niets! Ze zijn zich van geen enkel doel bewust. Blind gehoor­ zamen zij aan onweerstaanbare aandriften, die hen niet alleen voorwaarts drijven, maar hen ook voorschrijven hoe ze moeten handelen. De studie van de vergelijkende psychologie deed het romantische beeld van het dier, ontstaan door de lektuur van Jack London, Curwood en William Long, volledig ineenstorten. Thans zijn er psychologen, die in het andere uiterste vervallen en in het dier, zelfs in de mens, een ingewikkelde reflex­ machine zien.

Het wonderlijke zijn de instinkten, die tegelijk motor en stuur zijn van het dierlijk gedrag! Heeft men wel ooit hun allerdiepste zin gepeild? En wat betekenen ze voor de mens? Is ook de mens onderworpen aan hun mysterieuze kracht? Ja, ook de mens, want de dieren zijn onze voor­ ouders. Maar het licht van de menselijke rede is dat niet afkomstig uit een andere wereld dan die der instinkten? Ja, zeggen de Christenen en andere dualisten. Maar ik zeg: “uit de afgrondelijke diepte van het in­ stinkt, uit een bruisende oceaan van aandriften is het liéht van de rede omhooggebloeid! “. Wie de mens niet tracht te begrijpen vanuit zijn bio­ logische basis, die zal hem nooit begrijpen. Wie de rede niet tracht te be­ grijpen vanuit het instinkt, zal de rede nooit begrijpen. Wie vast wil blij­ ven houden aan een wezenlijk verschil tussen mens en dier, zal nooit in­ zicht verwerven in het verband tussen instinkt en rede.

Tegenover de mechanistische opvattingen der behaviouristen staat de (72) zienswijze der neo-vitalisten. Hans Driesch, één hunner bekendste verte­ genwoordigers, meent uit zijn beroemd geworden proeven met zeeëgel­ kiemen te mogen konkluderen tot het bestaan van een doelbewuste, or­ denende Macht, die de organische orde herstelt, wanneer die door een of andere oorzaak is verstoord. Hij noemt deze Macht entelechie. Zoals de graafwesp onbewust is van het doel, waarop haar handelingen gericht zijn, zo zouden wij mensen niet minder onbewust zijn van het doel, waarop de gehele organische ontwikkeling, waarop het ganse leven gericht is. Maar in de Entelechie zou dit levensdoel verborgen zijn. God heeft een plan met ons, al kennen wij dit plan niet. Stellig heeft Driesch met de invoering van dit begrip het terrein der wetenschap verlaten en zich be­ geven op de onweerstaanbaar lokkende gebieden der meta-physica, die meer speculatie toelaten. Ik wil hem daarom niet laken. Word ook ik niet aangetrokken tot dit glorierijk gebied van de menselijke geest, in een po­ ging boven mijzelf uit te stijgen en de wereld vanuit die klare hoogte met één allesomvattende blik te omspannen!

Maar toch … de mens neemt zichzelf en zijn diepten mee naar boven en hij vult de leemten der wetenschap aan met zijn dwaling en zijn droom, ieder met zijn eigen dwaling en zijn eigen droom. Men behoeft nog geen mechanist te zijn om de invoering van een begrip Entelechie overbodig te achten. Een organisme herstelt zichzelf als het beschadigd is; het heeft regeneratie-vermogen. Dit zelfordenend, zelfre­ gulerend vermogen behoort tot het wezen van het organisme en alleen al hierdoor verschilt het wezenlijk van een machine. De delen van een machine zijn echte delen, maar de delen van een organisme zijn zelf weer gehelen. Het is uit deelgehelen opgebouwd. En nu is het merkwaar­ dige, dat elk deelgeheel de mogelijkheid in zich draagt tot het vormen van het gehele organisme.

Driesch, die een enkele cel van een zeeëgelkiem wist te isoleren, verkreeg daaruit een gave larve, hoewel veel kleiner dan normaal. Maar diezelfde cel ontwikkelt zich in het organisme slechts tot een bepaald deel ervan. De invloed van de omgevende cellen dwingt elke cel in een bepaalde richting. Weggenomen uit deze omgeving houdt de dwingende invloed op en de cel wordt een volledige larve. Hier is waarlijk geen geheimzin­ nige, ordenende Macht nodig. Uit de wondervolle samenhang der cellen en hun menigvuldige, onderlinge beïnvloeding vloeien ordening en her­ stel voort. De mens mag nu eindelijk wel eens afleren het wonder te zoeken boven en buiten de dingen.

De invoering van een begrip als Entelechie is tenslotte een ontluistering van het wonder, dat de dingen zelf zijn. Het is nu duidelijk waarom de hogere organismen slechts een gering re­ generatie-vermogen hebben, althans gering in vergelijking met de ver­ bazingwekkende prestaties der lagere dieren op dit gebied. Specialisatie en arbeidsverdeling zijn bij de hogere organismen het verst doorgevoerd. Cellen, die in een bepaalde richting gespecialiseerd zijn, hebben dan voor­ goed het vermogen tot alzijdige ontwikkeling verloren. Een worm kan men in stukjes knippen en uit elk stukje ontstaat een nieuwe worm. Een hagedis verliest zijn staart en de overige cellen vormen een nieuwe. Wan­neer een mens echter zijn hand verliest, groeit er geen nieuwe voor in de plaats. Toch beschikt de mens ook over niet-gespecialiseerde cellen, die tot aan een bepaalde grens in staat zijn ontbrekende cellen te vervangen. Als dit niet zo was, zouden onze wonden zich niet sluiten. Men kan zeggen, dat het instinktieve gedrag doelgericht is en dat finalis­ (73) me noemen. Maar men mag daarbij niet vergeten, dat het woord “doel” ontleend is aan het bewuste, menselijke denken en dus voor buitenmen· selijke processen niet op zijn plaats. Aan het begrip doel is inhaerent het gesteld zijn en doelstelling is een bewust proces. Zodra de term doelge­ richt gebruikt wordt om het instinktieve gedrag te karakteriseren, ont­ staat het gevaar, dat de finalistische beschouwing ontaardt in een teleolo­gische. Het woord ontaarding zal voor degene, die een teleologische visie op het leven hebben niet aangenaam klinken. Maar ik schrijf ook niet om aangenaam te zijn. De organismen hebben dus het merkwaardige vermo­gen zichzelf te handhaven; al hun reakties zijn daarop gericht. Wanneer ik nu zeg, dat deze zelfhandhaving hun doel is en dat hun instinkten doelgericht zijn, dan blijf ik me toch altijd helder bewust van het gebrek­kige en misleidende van deze terminologie. Want de organismen hebben geen doel. Waar geen bewustzijn is, kan ook geen doel zijn. En er bestaat evenmin een Macht, die een doel zou kunnen hebben met hen. Alleen de mens is het enige wezen, dat door zijn bewustzijn in staat is zich een doel te stellen. Maar er is geen Macht, die zijn doel heeft met ons.

Me volledig bewust van de gebrekkigheid van mijn formulering, zeg ik dus, dat de organismen hun doel in zichzelve hebben, wat slechts een an· dere manier is om te zeggen, dat zij doelloos zijn. En ook de mens is doel­ loos d.w.z. hij heeft zijn doel in zichzelve en daarom behoort zijn eigen leven slechts hemzelve toe en is zijn enige opgave, het tot bloei te brengen. De eerbied voor de mens eist, dat men hem niet verlaagt, noch dat hij zichzelf verlaagt tot middel voor welk doel dan ook. Moge de jon­geren zich met verachting afwenden van hen, die ze voorhouden, dat ze hun jonge leven moeten werpen onder de Djaggernaut van kortzichtige, menselijke idealen. Een machine mag men als middel gebruiken. Een machine heeft geen doel in zichzelf. Het doel van de machine ligt buiten de machine; het is het doel van de ontwerper. Maar God is geen Ontwer­ per; Hij heeft geen plan; Hij heeft geen doel. Hij is de Eeuwige. De be­ hoeftige, onvolmaakte, eindige mens stelt zich een doel. Maar God is de Volmaakte. Hoe zou de Volmaakte een doel kunnen hebben? God wil niets met de schepping en met de mens. Hoe zou God iets kunnen wil­ len? Zijn schepping … dat is Hijzelf!

En Hans Driesch en al die andere denkers en onderzoekers, die blijkbaar niet buiten een Entelechie, een hogere, bewuste Macht kunnen, die met het organisme en met de mens een doel heeft, dat wij niet kennen en niet vermogen te kennen, maken zij juist van de mens geen middel, geen objekt in dienst van een hogere Macht, die hem manipuleert? Verlagen zij de mens door deze visie niet tot ding, tot werktuig, tot machine? En dat doen ze 0, wonderlijke kronkelwegen van het verstand uit hevige afkeer van het mechanisme!

Het instinkt heeft een bi-polaire struktuur d.w.z. het is een in labiel even­ wicht verkerend geheel van tegengesteld gericht krachten. Datzelfde kan gezegd worden van elk verschijnsel, van elk zijnde. Het eenvoudigste voor­ beeld is het waterstof-atoom, waarvan het evenwicht berust op het feit, dat de positieve lading van de kern gelijk is aan de negatieve lading van het elektron, dat om de kern heen cirkelt. De strijd der tegenstellingen is de basis van het leven. Dat wist Heraclaitos al. En alle zijnden hangen op een oneindig aantal wijzen met elkander samen; niets staat geheel alleen, niets bestaat buiten de algemene samenhang. De mens is het meest gekom-­ (74) pliceerde verschijnseL Maar hoe broos is hij! Als een zeepbel is zijn leven, broos en kortstondig. In een oneindig, grenzenloos Heelal is elk punt middelpunt, elk punt een kosmisch knooppunt. Zo ook de mens. Maar hij is het enige denkende en zich van zichzelve bewuste knooppunt; hij is het denkend deelgeheel van het Universum. In den aanvang was het redeloze en het redeloze werd in hem tot woord, tot logos. De ganse kos­mos weerspiegelt zich in zijn denkend brein, zoals de blauwe hemel­ ruimte in de zeepbel. Maar broos als de zeepbel is dat denkend brein en even korstondig! Dwaas de mens, die daarom jammert. Want alle waar­ den zijn waarden, omdat ze voorbij gaan. De mens moet leren te juichen om zijn kortstondigheid. Daarzonder zou hij immers geen vreugde ken­ nen! Hoe dwaas is de mens, die hier op aarde zijn leven verknoeit en dan hoopt op eeuwige zaligheid na zijn dood. Deze mens van nu, met zijn verziekte instinkten, is een blinde strever naar bezit en macht, een jager naar vlak zingenot en hij voert zijn zinloze, weerzinwekkende oorlogen. De wijze echter zit roerloos en aandachtig in het stralend middelpunt van het Al, zoals de Verlichte eenmaal zat op zijn lotustroon. Van alle kinde­ren Gods, van alle kinderen van de Grote Moeder, de eeuwig barende, is hij alleen de weter, de denker, de namengever, de uitzegger van Haar gron­ deloze geheimen; hij is Haar uitverkoren zoon. Wie zou U liefhebben, U vereren, U aanbidden, U kennen, Grote Moeder, indien niet hij het was? Roerloos zit hij en in zijn ziel woont Uwe vrede en Uwe oneindigheid. Zat ooit een heerser op zijn troon van goud en marmer zo schoon, zo ver­ heven, zo majesteitelijk, zo fier en onbevreesd? Ook ik heb U lief, Grote Moeder, ook ik ben Uw zoon. Raak met Uw toverhanden de snaren aan van mijn ziel, bespeel mijn hart als een harp, zodat ik niets meer hoor en niets meer ben dan Uw muziek.

Is dan deze stille roerloosheid, dit hevig-actieve naar binnen gerichte luisteren, dit aanbiddende niet-doen, het eigenlijke, dat de mens berei­ ken moet? Is de mens dan geen eeuwige, rusteloze strever? Is hij dan niet altijd op weg? Stelt hij zich niet steeds nieuwe, steeds hogere doel­ einden? Zijn al deze doeleinden geen étappes op de weg naar een nog on­ bekend, maar hoogverheven Doel, het Doel van de Wereldgeest, van een Universeel Bewustzijn, van God? Behoort zijn leven niet te zijn een stre­ vend, dwalend en zich weer herstellend zoeken naar de weg? Moet zijn leven niet zijn een ernstige arbeid in dienst van Gods onbekende doel­einden?

Neen! Neen! Wie zo leeft, handelt als een dwaas. De mens moet leven en liefhebben zoals een bloem groeit en bloeit. Want daar is geen doel. Doelloos en eeuwig is de Kosmos. Uit de vruchtbare schoot der Grote Moeder bloeit de mens omhoog en hij keert tot Haar weer als zijn uur gekomen is. Maar gaapt er dan geen onoverbrugbare kloof tussen een doelloze Kosmos en een doelnastrevende mens? Tussen de Moeder en haar kind?

Onoverbrugbaar is die kloof niet. Inderdaad de mens is een strever, blind of ziende. Als dier jaagt hij zijn biologische doeleinden na. En zijn deze bereikt en verzekerd dan schept hij zich nieuwe, kulturele doel­ einden als mens. Hij kan dat niet laten; het behoort tot zijn wezen tot zijn tijdelijk, begrensd en onvolmaakt wezen. Die doeleinden dienen zijn groei, zijn ontplooiïng, zijn menswording. Zeker, de mens moet om waar­ lijk mens te zijn een doel hebben. En hoe hoger en schoner en edeler het doel, hoe groter de spanning tussen werkelijkheid en ideaal, des te beter. De mens moet naar het onmogelijke streven om het mogelijke te berei-­ (75) ken. Maar het stellen van en streven naar deze menselijke doeleinden en idealen, behoort een spel te zijn. Het gaat niet om de doeleinden, maar om het spel. Laten we onze doeleinden stellen en bereiken, zoals een kind speelt met een bal, die het opwerpt en weer vangt. Dan wordt stre­ vend leven en levend streven tot een edel spel vol spanning en vreugde. En daardoor wordt de kloof overbrugd, die ons scheidt van onze Grote Moeder. Want ook Haar barend scheppen is Haar eeuwig spel. Hoe dwaas is dan al die grimmige ernst en die harde verbetenheid van al die strijders voor schone idealen. De mens moet leren lachend en onbekommerd in gelovig Vertrouwen voorwaarts te gaan, zoals een kind in volle levensblij­ heid huppelt langs de weg. Leer dan toch van het kind. Blijf huppelen of leer het opnieuw. Hoe belachelijk is al die zwaarwich­ tige vastberadenheid, al die gejaagde haast, al die krampachtige inspan­ ning! Waarom zo zielig wanhopig als het doel gemist is? Waarom niet rustig glimlachen? Er komen nog velen na ons, zoals er velen voor ons waren. Het is niet zo erg als we onze bal laten vallen. We rapen hem weer op. Is hij weg? Ook niet erg; we nemen een nieuwe. Laten we leren spe­ len, zoals we het eens gekund hebben, toen we nog kinderen waren. Maar laten we vooral niet achteloos spelen. We moeten spelen met onze gehe­ le ziel en ons gehele lichaam, met aandacht en overgave, zoals gezonde kinderen spelen. Aan de kinderkens is geopenbaard, wat aan de geleer­ den verborgen is gebleven. En heeft]ezus niet gezegd:

“Voorwaar, ik zeg U, als gij niet wordt gelijk aan dezulken, geens­ zins zult ge ingaan in het Koninkrijk der hemelen.”

En ik vraag me af:

“Maar waarom gaan we dan niet in? Staat de poort dan niet wagen­ wijd open? Of is het zo moeilijk, zo volstrekt onbereikbaar weer als het kind te zijn? ”

De dichter Schiller zeide:

“Der Mensch ist nur da ganz Mensch, wenn er spielt.”

en Huizinga beschrijft in zijn Homo ludens, de kultuur als de schepping van de spelende mens. Spelend vervult de mens de diepste zin van het leven. De stoutmoedige Griekse denker Epikurus droomde van een tijd, waarin de mensen zouden spelen op een vrije, onbedreigde, bloeiende aarde, zoals hij geloofde, dat de goden speelden in hun gelukzalige, he­melse verblijven.

Het instinkt is een bi-polaire eenheid, maar ook alle instinkten samen vormen een bi-polaire eenheid. Er is steeds spanning tussen een stelsel van aandriften, die men ego-instinkt en noemen kan en het stelsel van aandriften, die men sociale instinkten noemen kan. Maar dat zijn vol­ strekt geen vijandige machten, integendeel. Wie zichzelf niet liefheeft, hoe zou hij anderen kunnen liefhebben? Ook tussen het Onbewuste en het Bewustzijn heerst een bi-polaire spanning. Wanneer echter deze span­ ning tussen het onbewuste instinkt en de bewuste geest verwordt tot een echte gespletenheid, dan is de eenheid van beide verbroken en de mens ziek geworden, het ziek geworden dier, dat hij nu is. Deze pathologische (76) toestand wordt door velen als de normale gezien en de visie op de mens als een wezen uit twee werelden is er op gebouwd. Van werkelijke gezond­ heid kan alleen sprake zijn als de harmonie tussen instinkt en rede wordt hersteld en die harmonie wordt waarlijk niet bereikt door verdringing van de instinkten. Een zijdige overheersing van het bewustzijn zowel als een­ zijdige overheersing van het onbewuste verstoren de harmonie. De Wester­ se mens speciaal wordt gekenmerkt door een eenzijdige overheersing en overwaardering van de geest. Hij onderdrukt zijn instinktleven en leeft in een permanente krampachtige afweer van de krachten van het onbewuste. Alle instinkten zijn differentiaties van één ongedifferentieerd oerinstinkt. Dit oerinstinkt is de êlan vital van Bergson, de libido generalis van Jung. Het is niet het sexe-instinkt, maar het voedingsinstinkt. De allereerste organismen zijn nog niet onderscheiden in mannelijke en vrouwelijke exemplaren. Als er twee samensmelten is het de vereniging van twee ge­lijke individuen. Maar voeden moet elk organisme zich of het gaat ten gronde. De levensverachters mogen hun sexe-instinkt bedwingen, voe­ den moeten zij zich of zij sterven. Niemand kan zijn begeerte geheel do­den, afgezien daarvan, dat het doden van begeerten een zinloze, levens­ vijandige daad is, die de geest niet bevrijd, maar ziek maakt. Van Indische asketen en zelfkwellers, van strijders tegen het lichaam en sexuele ont­ houders van allen, die het lichaam en zijn eisen willen negeren, kan de Westerse mens niets goeds leren.

Het begrip psychische energie en het begrip levensenergie vallen volledig samen. Waar leven is, is ziel, zegt Westerman Holstein. Uiteraard kan de psycholoog met de plant niet veel beginnen. De geotropische en photo­ tropische bewegingen der planten zijn geen gedrag. Er bestaat een dier­ psychologie, geen plantenpsychologie. Ook stenen hebben geen ziel. Maar dat wil volstrekt niet zeggen, dat physische energie-vormen wezen­ lijk verschillen van de vitale of psychische. Physische energie wordt in psychische omgezet en omgekeerd. In een volkomen anorganisch milieu is eertijds het allereenvoudigste organisme ontstaan. Het leven is er niet van buiten af ingekomen, ingebracht, ingeblazen. Het organisme is een nieuwe vorm van leven, een meer gekompliceerde, aan eiwit gebonden energie-vorm. Is in het organisme de ingewikkelde samenhang der deel­ gehelen verstoord, dan verdwijnen daardoor al die kenmerken, die juist door die samenhang ontstaan en die we samen het leven noemen of de ziel. Toen men de Boeddha vroeg of er een onsterfelijke ziel bestond, antwoordde hij:

“Indien ik een huis volledig afbreek en ik verkrijg stenen, balken, kalk, glas, ijzer enz., is er dan nog ergens een huis? ”

Men maakt het zichzelf moeilijker dan nodig is, wanneer men de anor­ ganische wereld als ongeordend en chaotisch blijft opvatten. Uiteraard wordt het dan volkomen onbegrijpelijk hoe uit deze chaos vanzelf ge­ ordende systemen kunnen ontstaan, laat staan zichzelf ordenende syste­ men. Uit chaos kan nooit zondermeer orde ontstaan. Wanneer men uit­ gaat van de opvatting van een oerchaos dan volgt daaruit noodzakelijk en logisch de idee van een Oerheber, een Prima Causa, een bewuste, ho­ gere Macht, die de chaos tot kosmos omvormt. Maar de anorganische wereld is geen chaos; ook zij bestaat uit geordende systemen; de Kosmos is een eeuwig geordend Geheel. De vraag naar het ontstaan van de ziel kan dan zo gesteld worden: “Hoe zijn uit geordende anorganische syste-­ (77) men, systemen ontstaan, die het vermogen hebben tot zelfordening? ” Zo gesteld heeft deze vraag veel van zijn principiële onoplosbaarheid ver­ loren, hoever men ook nog van de definitieve oplossing verwijderd is. Het gedrag van de mens is steeds de resultante van tegengesteld gerichte aandriften. Vanuit dit gezichtspunt kan de relatie tussen instinkt en wil duidelij k gemaakt worden. Het onderzoek van de wil door de bewustzijns­ psychologie heeft niet al te veel inzicht opgeleverd. De gedachte, dat de wilshandeling een andere oorsprong heeft dan de instinkthandeling ver­ hindert het juiste inzicht. Echter het instinkt is de motor van alle gedrag en dus ook van de wilshandeling. Maar wat is dan het verschil tussen in­ stinkt en wil en hoe ontstond de wil? Dat probeer ik duidelijk te maken met behulp van een getekende driehoek. Hoek A aan de basis stelt het zintuiglijk ontvangapparaat voor. De tophoek is het sensorium, het her­ sencentrum en hoek C het motorium, het bewegingsapparaat Het in­ stinktgedrag ontstaat nu als reaktie op een prikkelgeheel. De prikkels worden door de centrifugale zenuwen naar het sensorium geleid. Daar worden ze omgezet in een impuls hoe weet ik niet – die geleid langs centrifugale zenuwen naar het motorium, naar de spieren, het gedrag veroorzaakt. Het behoort tot het wezen van het instinktieve gedrag, dat het spontaan is d.w.z. de prikkel leidt onmiddellijk tot een gedrag. Bij de wilshandeling echter schuift zich nu tussen sensorium en motorium een pauze. In die pauze ontstaat doelbewustz~jn en we vormen een plan. Eerst dan volgt de handeling. De wil ontstaat dus in het instinkt. Het is de bewustwording van de instinktieve aandrift en niet iets anders dan een instinktieve aandrift. Hoe ontstaat de pauze? Blijkbaar wordt het in­ stinkt in zijn spontane afloop geremd. Dat is alleen mogelijk door een tegengestelde aandrift, want de aandriften zijn onze enige energie-bron. Wanneer nu het instinktdoel niet door middel van een klaarliggend han­ delingsschema bereikt kan worden, wordt het begrijpelijk, dat de veel­ heid der tegengestelde aandriften de pauze doet ontstaan. In de pauze worden we ons bewust van de strijd der aandriften, de botsing der mo­ tieven. Een motief is een ander woord voor instinktieve aandrift of als men de begrippen motief en instinkt niet geheel gelijk wil stellen, moet men toch zeggen, dat de motieven in de aandriften geworteld zijn. In de pauze maken we een plan, we overwegen, we denken vooruit. Verstand en wil ontstaan tegelijkertijd. In de pauze overwegen we dus, we spreken van tweestrijd, we weifelen, we twijfelen. Hierbij is dus geen sprake van een botsing tussen twee verschillende werelden, die van het instinkt en die van de wil, maar van de botsing van tegenstrijdige aandrif­ ten. In twijfel en tweestrijd komt de bi-polaire struktuur van ons psy­ chisch leven tot ons bewustzijn. De twijfel gaat altijd gepaard met meer of minder sterke angstgevoelens. Stekel noemt de twijfel de tweeling­ broeder van de angst. Twijfel betekent niet georiënteerd zijn, onzeker­ heid en onzekerheid betekent onveiligheid. De botsing van tegengestel­ de aandriften vinden we uiteraard ook bij het dier. Maar het dier kent nauwelijks aarzeling; het handelt steeds spontaan. E,en hen ziet haar kuiken door een kat bedreigd. Beschermingsinstinkt en vluchtinstinkt worden tegelijk geaktiveerd. Theoretisch is het denkbaar, dat beide aan­ driften precies dezelfde kracht hebben. De hen zou dan roerloos blijven staan, maar in de werkelijkheid is het ene motief altijd wel iets sterker dan het andere. Zo zal de hen haar kuiken spontaan beschermen en de kat aanvallen om misschien een moment later, b.v. door een gemene haal van de kat, haar kuiken even spontaan in de steek te laten. (78)

naar Hoofdstuk 3 vervolg1

Reageren?

Reageren?

RSS-feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URL

Helaas, de reactiemogelijkheid voor dit bericht is gesloten.

Powered by WordPress