(DE WEDERGEBOORTE VAN EROS vervolg1)
moeid en tot het uiterste gekweld Ik, dat zich verbergen wil in Moeders schoot. Maar er is ook een andere terugkeer mogelijk op een hoger niveau zonder prijsgeving van bewustzijn en zelfstandigheid. De religieuze mens kan tot Haar terugkeren vol eerbied en deemoed, want hij erkent Haar als de enige krachtbron van zijn leven, maar tegelijk vol stralende hoogmoed, want hij weet zichzelve Haar stem, Haar licht en daarom Haar God. Het woord moederland heeft een veel diepere klankbodem in onze ziel dan het woord vaderland. Steeds heeft de mens zijn geboorte-grond geïdenti ficeerd met zijn moeder. En in oorlogstijd werden en worden de zonen opgeroepen om hun geboorte-grond, hun moeder, te verdedigen tegen de vreemde mannen. De sluwe vaderheersers weten de heiligste gevoelens van de mens te misbruiken voor hun weerzinwekkende machtsdoeleinden.
In de oermythen van vele volken verschijnen man en vrouw dikwijls als één hermaphroditisch wezen. Ook in de Bijbelse oermythe verschijnen man en vrouw tegelijk en als gelijkwaardige helften. Man en vrouw schiep Hij ze. Maar in Genesis II is de man-theoloog aan het werk geweest en heeft een verandering tot stand gebracht. Dwars tegen de oerervaring in, dat de man door de vrouw wordt gebaard, is nu plotseling de man al leen geschapen en pas later uit hem de vrouw. In de oermythen der pri mitieven wordt de Oergrond van alle leven vanzelfsprekend als vrouwe lijk gezien. De Joodse dichter-theoloog speelt het echter klaar dit begin sel te verloochenen. In het Nieuwe Testament gaat Jezus in zijn houding tegenover de vrouw, zoals op zo menig ander punt, recht tegen deJoods patriarchale tradities in. Maar het Paulinisch Christendom keert weer tot het Oude Testament terug. We lezen in Corinthe I: de man is het even beeld en de glorie van God, maar de vrouw is de glorie van de man. Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw is uit de man; de man is niet om de vrouw geschapen, maar de vrouw om de man.
Onder het matriarchaat was het bij uitstek de vrouw, die vereerd werd als draagster van wijsheid en recht. Zij was Sophia, de wijze. Sybillen en profetessen lazen in de toekomst. De Delphische Pythia zat boven de afgrond en snoof de opstijgende dampen op, want de wijsheid komt uit de onderwereld. De naam van de Egyptische godin Maät betekent wet en orde. De Griekse Themis is de gerechtigheid, afgebeeld met weegschaal en hoorn des overvloeds; zij is de dochter van de aardgodin Gaia. In onze steden staat wel Vrouwe Justitia dikwijls aan de buiten kant der gerechtsgebouwen, maar binnen heersen en beslissen de man nen. De moedergodin heeft verschillende aspekten en neemt derhalve verschillende gestalten aan. Zij is de witte maangodin Artemis. Dat ver liefde paartjes graag in de maneschijn wandelen berust mede op oer oude associaties. In het bos is Artemis de heerseres der dieren. En Kore is het meisje, dat speelt op de weide. Zij heet ook wel Persephone en is de dochter van de aardgodin Demeter. Maar ook in het antieke Grieken land kennen we patriarchale omvorming van oeroude mythen. Is Eva, geboren uit de mannelijke rib de feitelijke oorzaak van het Kwaad, Pallas Athene, de oeroude, wijze uiigodin, heet geboren uit het hoofd van Zeus.
De oude vegetatie-godheden, Osiris, Adonis, Baäl, Attis, Tammoez, die oorspronkelijk in de mythen slechts een sekundaire rol spelen, ontwik kelden zich in latere tijden in de mysterie-religies tot Heiland en Ver losser. In het oeroude Osiris-mysterie is echter niet Osiris hoofdpersoon, maar is Isis het stralende middelpunt. Zij is onmiskenbaar de centrale (127) figuur in de mythe en niet haar man-broeder. Hoe droevig is daarmee ver geleken de rol van Maria in het Evangelie. Zover is ze van het Heilige ver wijderd in haar klein-menselijke bezorgdheid, dat Jezus haar in het open baar moet verloochenen om zijn Goddelijke roeping trouw te blijven. Het kenmerkende van de mysterie-religies is, dat de goden, die anders toch onsterfelijk zijn, lijden en strijden, sterven en herrijzen. Maar in het Os iris-mysterie valt alle nadruk op het lijden en strijden van de godin. Op zijn 28ste jaar wordt Osiris door zijn vijand, de verschrikkelijke, boze Seth, in een kist gelokt, daarin opgesloten en in de Nijl geworpen. Seth verheugt zich over Osiris’ ondergang. De kist drijft naar zee, spoelt aan en groeit vast in de stam van een tamarinde. Maar Isis begint een zwerf tocht om haar echtgenoot te zoeken en steeds de kinderen vragend, vindt zij hem eindelijk en verlost hem. Maar als zij haar herrezen echt genoot-broeder, een ogenblik verlaat terwille van haar zoontje Horus, dan werpt Seth zich opnieuw op Osiris, doodt hem en scheurt hem in 27 stukken, die hij her en der verspreidt over aarde, hemel en he1. En dan juicht de boze Seth opnieuw over zijn overwinning. Een God heeft hij gedood; nu kan Osiris nooit meer herrijzen. De antieke Egyptenaren geloofden in de vleselijke wederopstanding. Maar dan begint lsis opnieuw een lange, gevaarlijke en smartelijke tocht over de aarde, naar de hemel, tot in de diepten van de hel. Zij rust niet voor zij alle delen van Osiris weer gevonden heeft; ze weet listig Seth te misleiden en Osiris herleeft opnieuw. In deze mythe is Osiris niets meer dan een onvrijwillig slacht offer; het lijden en de dood overvallen hem als een ongeluk. Niet aldus Jezus. Deze weet, dat lijden en dood onontkoombaar zijn en onverschrok ken aanvaardt hij zijn lot uit liefde tot de mensen. Dezelfde herorsche zachtmoedigheid kenmerkt de Goddelijke Isis. Deze zoekende Isis is van een aandoenlijke, ontroerende schoonheid en zuiverheid. De weeklachten van de smarten-lijdende minnares vonden duizenden jaren lang weerklank in vele vrouwenharten, die treurden om de verloren minnaar, broeder, zoon.
Nog steeds gaat Zij zoekend om, Isis, de ideale moeder-minnares. Osiris, de mens, wacht op haar. Slechts door Haar kan hij tot het ware leven terugkeren. De overwinning van de man op de vrouw, was de overwinning van Seth, de boze, de overwinning van het koude verstand op het warme gevoel, van het zakelijke op het persoonlijke, van het mechanische op het organische, van de dwang op vrijheid, van de plicht op de liefde, van de physieke kracht op geestelijke weerbaarheid, van de dood over het le ven en van het tijdelijke over het Eeuwige. Maar moet Seth dan eeuwig heersen?
0, !sis, stralende Godin, daal toch opnieuw af tot in de duisterste krochten van de Hades! Zoek de delen van de uiteengereten Oiris. Heel hem, maak hem weer gaaf, opdat hij bevrijd worde uit de ketenen van boos heid, haat en hebzucht, opdat de God des Lichts in hem herrijze en de duizend bronnen der Eeuwigheid opnieuw in hem beginnen te vloeien. Red hem uit de duisternis van het heden, zodat de geestkracht des mans in hem zalomhoogstijgen, de vlam des geestes in hem zal ontbranden. Dan zal hij Uw besmeurde, blauwe sterrenmantel opbeuren uit de mod der van dez verkankerde en barbaarse wereld en hij zal haar omhoog hef- (128) Uwe eeuwige glorie!
Moeilijk is het in overoude tijden door te dringen; de gegevens zijn zo schaars. Toch zijn er nog sporen van een geweldige botsing, die eenmaal moet hebben plaatsgevonden tussen het vrouwelijk en het mannelijk ge slacht. De mannen hebben aan het vrouwelijk erfrecht een einde gemaakt. Met de overwinning van het patriarchaat zet de grote, nog altijd voort durende degradatie van het vrouwelijke, in. De meisjes werden gedwongen als zij huwden, over te gaan naar de gens van haar echtgenoot. Sindsdien moet de huwende vrouw haar verwanten verlaten en haar man volgen. En terecht weende zij, als zij moest vertrekken naar de vreemde omgeving en wierp zich voor het laatst onstuimig in de armen van haar verwanten. En de man dwong haar zich te hullen in de bruidssluier om haar te ver bergen voor de woedende demonen van haar gens. En als zij baren moest, dan legde de man zich te bed en deed of hij de kraamvrouw was om de verontwaardigde demonen van de gens van zijn vrouw te misleiden en zijn rechten op het kind te onderstrepen. Het is niet denkbaar, dat de vrouwen zich zonder strijd gewonnen gaven. Ze organiseerden zich in geheime bon den en trachtten de man te intimideren door afzonderlijke taal, geheime ceremonieën en schrikaanjagerijen. Maar dat konden de mannen ook en zo kwamen vrouwelijke en mannelijke geheimbonden tegenover elkaar te staan. Misschien was het de voortgang der techniek, die tenslotte de man de overwinning bezorgde. De primitieve landbouw was hakbouw en werd uitsluitend door vrouwen beoefend. Door de uitvinding van de ploeg werd de landbouw mannen werk. Er waren grote, sterke dieren voor nodig en de man had die dieren gevangen en getemd. Dikwijls werd de bruidsnacht gevierd op de akker, dicht bij Moeder Aarde en de ploeg werd tot symbool van het mannelijk lid. Door het vee werd rijkdom mo gelijk en de man verhief het pecunia non olet tot zijn lijfspreuk. Door de rijkdom verhief zich langzamerhand de afzichtelijke gestalte van het Bezit en vernietigde het primitieve, aan het matriarchaat inhaerente kommunisme.
En tot welk een gruwelijk monster is deze gestalte van het Bezit onder de heerschappij van de man uitgegroeid! Vrouwen kind zuchten tot op de huidige dag onder zijn meedogenloze druk. Voor de man werd het lichaam tot wapen en werktuig om zijn be zit te vermeerderen door roof en onophoudelijke, rusteloze arbeid. Het heilige lichaam der vrouw, de oergrond van haar wezen, werd vernederd tot baarmachine. De vrouw werd slechts hoofdzakelijk geëerd als werk tuig voor de produktie van soldaten en arbeiders. Wat betekent de pijn der baring voor de vrouw vergeleken bij de smart als zij haar zonen ziet verkommeren als arbeidsslaven of als soldaten ziet verbloeden op de slag velden. De nederlaag van het vrouwelijk geslacht betekende tegelijk de vervreemding van de natuur. Piëteitsloze uitbuiting van de natuur ken merkt de voor schoonheid ongevoelige vaderheersers. Schoonheidsant roering is een zachte, vrouwelijke aandoening. In elke echte kunstenaar is het vrouwelijk element aanwezig en het is onmisbaar voor hem. Hij baart zijn geestesprodukt, zoals de vrouw haar kind en barenswee is hem niet vreemd. De soldateske volken zijn in hun hardheid afkerig van schoonheidsantroeringen; zij verachten het zachte en vrouwelijke. Antie ke Spartanen en moderne nationaal-socialistische Duitsers hebben be wust hun eigen schone kultuur vernietigd terwille van militaire weerbaar- (129) heid. En de Romeinen, de knapste soldaten der Oudheid, waren een volk zonder dichters. Maar de dichters onder de mannen hunkerden hartstoch telijk naar de vrouw. Zij vereerden haar als de zoete minnares, als de heer lijke verleidster tot de zoete vreugden der liefde. De Griekse Helena werd tot symbool der lichamelijke liefde en de Grieken voerden oorlog om haar. Maria werd tot symbool der geestelijke liefde; in haar vereert de man de geestelijke elementen van het vrouwelijke, innerlijke schoonheid, psychische zuiverheid en sereniteit.
God groet U, coninghinne Maria soet jolijt. Ghi sijt een vat vol minnen, Altoos gebenedijt.
0, weerde bruyt der weelden, Dijn lof is eeuwig lanck. Fontein van den eeuwigen leven, Schenck ons der minnen dranck.
De Maria-kultus was voor de Middeleeuwse mens van de grootste waarde. Zij is het, die haar hiel zet op de kop van de slang; zij overwint de duivel. Waar zij verschijnt, smelt het kwaad weg als sneeuw voor de zon. Een misdadiger onder de galg werd vrijgelaten zonder straf als een maagd van onbesproken gedrag hem tot echtgenoot nam. De Middeleeuwer ge loofde in de reinigende macht der liefde. In Maria leven de oude liefde godinnen voort. Vaak is zij getooid met haar oeroude symbolen, de ko renaar van Demeter, de sterrenmantel van Aphrodite, de duif van Ishtar. Hoevele kunstenaars heeft zij niet geïnspireerd. Zij werden het nooit moe haar uit te beelden. De vrouw in haar innerlijke, psychische schoon heid werd vereerd als inspirerende macht, die in het hart van de kunste naar de diepste sehoonheidsontroering wekt en hem aanspoort tot zijn hoogste kunnen, die het hart van de dichter in gloed zet en het opwekt lot hoge en koene daden, vanaf Dante’s Beatrice tot de Dulcinea van Don Quichot. Al het hogere, diepere en fijnere van de mannelijke geest blijft sluimeren als het niet gewekt wordt door de vrouw, door la femme inspiratrice. Zij is hier de verwekster, hij de ontvangende en barende. Zelfs de bij uitstek mannelijk-patriarchale Chinezen kennen de verering van de lieflijke moedergodin Kwan Yin, wier serene vrouwelijkheid ons uit vele blanc de Chine beeldjes tegemoet straalt.
“Zo is dus een deel van het Zijn voortbrengend en een ander deel ver slindend”, aldus uit zich William Blake. Hij verkondigde opnieuw een zeer oude wijsheid. De verslindende, boze Moeder en de allesschenken de, goede Moeder zijn twee zijden van de Oermoeder. De Moedergodin heeft een ambivalent karakter; Zij geeft en Zij neemt; Zij kan hoogver heven en ongenaakbaar zijn; Zij is tegelijk maagd en moeder, d.w.z. ze kan voortbrengen zonder bevruchting. Zij sleept mee, betovert, fascineert, verleidt. Zij bedreigt het mannelijk Ik, dat in de roes ten onder dreigt te gaan. Daarom haat de Westerse man de verleidelijke vrouw des te meer, des te minder hij haar weerstaan kan, want hij is een Ik-handhaver. De besnedenen zijn de uitverkoren dienaren en priesters van de Moeder godin, omdat zij Haar geofferd hebben, wat het belangrijkste is, nl. de phallus. Uit de donkere pool van de Moedergodin ontstond de krijgsgo- (130) din ter wier eer bloedige, orgiastische feesten werden gevierd; bloed en lijken zijn het voedsel van de Aardgodin. De Aarde-moeder kan alleen door de dood weer bevrucht worden en overvloedig voortbrengen. Wat leeft, moet sterven om nieuw leven voort te brengen. Vandaar de bloedi ge offers en de kastratie. In latere tijden vervangen symbolische hande lingen als het vellen van bomen en het afsnijden van aren, de kastratie.
Zo kon de vrouw verschijnen in een schrikwekkende gedaante. De donke re Oermoeder wordt door het diepe, onbewuste schuldgevoel van de man herschapen in angstaanjagende, wrekende godinnen. De Indische Kali, rood van bloed, danst op mensenlichamen. De Erynniën, de vrouwelijke gensdemonen, vervolgen Orestes, de moedermoordenaar. Wie Medusa met het slangenhoofd aanziet, verandert onmiddellijk in steen. Vreselijk zijn de Harpijen; het zijn echte mannenverscheursters. Maar het aller verschrikkelijkst zijn de Sirenen. Zij zijn lieflijk om te zien; onweerstaan baar is de verlokking van haar zang. Maar wee de man, die in haar klau wen valt. Zijn ondergang is zeker.
Zo is voor de man het vrouwelijke identiek geworden met bedreiging, met gevaarlijke verleiding, val in de afgrond van het Niet-Ik, met hel. Het sexuele wordt het verleidingsmiddel van de duivel bij uitstek. De schone vrouw wordt in plaats van een bron van vreugde en edele gevoe lens, de oorzaak van angst, haat en duistere begeerten. Vervreemding van de vrouw gaat samen met vervreemding van de natuur en met vervreem ding van ’s mensen eigen diepste wezen. De man, de zoon van de Grote Moeder, wil zich boven Haar verheffen. Hij schaamt zich voor zijn af komst; vol weerzin wendt hij zich af van zijn oorsprong; hij .overlaadt zijn Moeder met smaad. Natuur, dierlijk, duister, gevaarlijk, slecht, zon dig, aards werden tot bij elkaar behorende begrippen. Zij zijn gevoelsma tig sterk verbonden. De edele, mannelijke geest zou daaruit zijn geboren? De mens zou afstammen van het dier? Dat nooit! Het lichaam en de instinkten mogen tot de natuur behoren, maar de geest is van een geheel andere geaardheid en oorsprong. De geest is een vonk van de Goddelijke Rede! Op deze afkeer van en angst voor de natuur zijn gehele wijsgerige stelsels opgebouwd. Plotinus voelde zich onrein, omdat hij een lichaam had. Velen voor hem, met hem en na hem voelden en voelen als hij. Maar de geest des mensen, het bewustzijn, is uit het Onbewuste ontstaan. Hij wordt vandaar uit gevoed en kan daarzonder niet bestaan. De Zoon blijft met de Grote Moeder verbonden of hij het inziet of niet, of hij het wil of niet. En hoe meer hij zich van Haar afwendt, des te meer beheerst Zij h.em. Maar Zij perverteert hem en wreekt zo de Haar aangedane beledigmg.
In het Paulinisch Christendom kwam het tot volledige depreciatie van het “vlees”. Het vlees, dat is het schepsel, de wereld, dat wat stof en as is, vergankelijk, profaan en onrein als zodanig. Alleen het bovenwereld lijke heeft waarde. In dit Christendom en in andere asketische religies wordt lust, sexualiteit nu onrein. Kuisheid wordt identiek met onthou ding. Het streven naar religieuze reinheid is dan niet op de eerste plaats een strijd tegen Ik-betrokkenheid, maar een strijd tegen het lichaam en zijn begeerten. Freud leerde ons, dat de gemiddelde man van de Wester se kultuur de vrouw beleeft àf als Madonna Of als deerne. Wel zet zich de verering van het vrouwelijke voort, maar de liefde-godin wordt gede sexualiseerd; het sexuele maakt immers onrein. Maar de normale vrouw is noch een Madonna noch een deerne; ze wil aanvaard en geëerd wor- (131) den èn als lichamelijk èn als geestelijk wezen. Haar geest kan niet groeien als haar lichaam niet bloeit. De nieuwe, ware vrouw is Helena èn Maria in één persoon verenigd. Zij zou de draagster en hoedster kunnen worden van een nieuwe kultuur, waarvan Eros dan het stralende middelpunt zou zijn. Zij zou de moeder kunnen worden van de nieuwe mens, in wien het mannelijke en het vrouwelijke, het klare bewustzijn en de donkere oer grond van het Onbewuste verenigd zijn in edele harmonie. Zal zulk een wereld ooit werkelijkheid worden? Of zullen de destruktieve krachten de allereerste, tere kiemen van de ware mens vernietigen? Ik weet het niet, en zal het nooit weten, want ik ben oud en zal niet zo heel lang meer leven, maar ik vertrouw mijn droom en mijn visie toe aan de jonge ren van heden.
In onze kultuurwereld staat de minnares niet in een al te beste reuk. Voor een Aspasia is in onze samenleving geen plaats en de kunst der liefde wordt bij ons hoofdzakelijk beoefend in de bordelen. De moeder echter wordt tot heilige verheven; hoe meer kinderen, des te heiliger, want er zijn soldaten en arbeiders nodig. Hoe paradoxaal het ook moge klinken, juist de grote plaats, die het moederschap in het leven van vele vrouwen inneemt, maakt haar voor dit moederschap ongeschikt, maakt haar onbe kwaam om haar kinderen op te voeden tot geestelijk-zelfstandige men sen. Op voeding tot geestelijke zelfstandigheid is slechts mogelijk door rijpe, geestelijk-volwaardige opvoeders. Maar dat zijn de vele, in de ont vouwing van haar diepste vrouwelijkheid geremde, geestelijk onvolgroei de en scheef gegroeide moederdieren geenszins. De verzorging en de koestering van het kind is vrijwel haar gehele levensinhoud; ze heeft angst voor het groot en zelfstandig worden van haar kind; ze verliest het dan immers en blijft leeg en verlaten achter. Zij tracht haar kind, dikwijls onbewust, aan zich te binden. Haar kinderen worden het slachtoffer van een blind verzorgingsinstinkt. Wat elk dier instinktief vermag, nl. het jong loslaten op het juiste moment, daarin schiet de mensenmoeder te kort. Wie alleen maar moeder is, is noodzakelijkerwijze een slechte moe der. De goede moeder is niet alleen moeder; haar leven heeft een zelf standige, eigen geestelijke inhoud en tegelijk is zij vriendin en minnares van haar man. Maar hoe gering is het aantal vrouwen, wier liefde-leven bevredigend is, voor wie de liefde een bron is van vreugde, kracht en rust, waaruit ze mede het vermogen put tot het zuiverste moederschap.
Het is zeer opmerkelijk, dat de emancipatie van de vrouw aan de manne lijke struktuur van de samenleving en van ons geestelijk leven vrijwel niets heeft veranderd. Wel is de vrouw uitgebroken uit de beslotenheid van woning en gezin en is ze doorgebroken in het ekonomische en het poli tieke leven. Wel neemt ze het werk van de man over en meestal doet ze dat werk niet minder goed dan hij, maar de maatschappij is mannelijk gebleven. Er is nauwelijks een beroep, waarin de vrouw niet is doorge drongen. Ze werkt niet alleen in de specifiek vrouwelijke beroepen als verkoopster, modiste, naaister, verpleegster, onderwijzeres en lerares, maar ze verricht geschoolde en ongeschoolde fabrieksarbeid; ze is kan toorbediende, telefoniste, journaliste. Alle intellektuele beroepen, waar voor een universitaire opleiding nodig is, staan voor de vrouw open. Ze is rechter, advocaat, dominee en arts. Ze bestuurt trams en taxi’s, ze is verkeersagent en zelfs soldaat, het meest onvrouwelijke van alle beroe pen. Ze bekleedt leidende funkties in handel en industrie, in politieke partijen en in staatsorganen. Maar ondanks dit alles wordt de samen- (132) leving nog steeds door het mannelijk element beheerst.
Een geheel nieuw type vrouw is echter ontstaan, een vrouw, die prijs stelt op ekonomische onafhankelijkheid en geestelijke zelfstandigheid, die ge lijke rechten eist en niet langer beschouwd en behandeld wil worden als een tweederangs-wezen. De gedachte van de geestelijke, de kulturele ge lijkwaardigheid van de vrouw wordt nu wel aanvaard, al zijn er nog veel mannen, bij wie een diepe, meestal onbewuste, vijandigheid heerst tegen over de nieuwe vrouw, die een bres heeft geschoten in de vesting der man nelijke alleen-heerschappij. De tot zelfstandigheid gerijpte vrouw wordt kritisch. Het is niet zo gemakkelijk meer haar te imponeren. Het manne lijk prestige komt in gevaar en er is niets, waar een man zo bij uitstek ge voelig voor is als juist daarvoor. Welke man aanvaardt zonder innerlijk verzet een vrouwelijk supérieur? De mannelijke trots en ijdelheid ver draagt het niet, de mindere te moeten wezen van een vrouw, maar hij bemerkt, dat zij hem ontglipt en dat het hebben van een penis en een knevel niet meer voldoende is om door haar als een hoger wezen te worden beschouwd. Uiteraard zijn het juist de onontwikkelde, kultuur arme mannen, wier haat tegen de vrije, zelfdenkende vrouw het felst is. Zelf hebben ze geen behoefte aan kulturele vorming en met woede en verbittering zien ze, dat hun vrouwen dochters een voor hen gesloten wereld binnentreden en daaraan een zelfgevoel ontlenen, dat een voort durende bedreiging vormt voor hun autoriteit als hoofd van het gezin. Is het inkomen klein, dan vormen de uitgaven voor de kulturele behoef ten van vrouwen dochters nog een aanzienlijke verzwaring der financiële lasten; het genoegen en de voldoening verbonden aan de funktie van gezinshoofd wordt onder dergelijke omstandigheden hoogst twijfel achtig. Begrijpelijk is het zeker, dat vele mannen weinig voelen voor de positie van onttroonde patriarch. Heer des huizes te heten, in werkelijk heid een hard ploeterende slaaf van het gezin te zijn en dan ook nog in geestelijk opzicht de mindere te moeten wezen, dat is inderdaad niet erg aanlokkelijk.
En toch, ondanks dit alles, heerst het mannelijk element in het openbare en geestelijke leven vrijwel onbeperkt. De vrouw heeft zich een plaats veroverd, maar zij heeft in de samenleving geen nieuw element gebracht. Er is niets veranderd. De mannenwereld is een mannenwereld gebleven. En dat in een situatie, die schreeuwt om dat vrouwelijk element en die door eenzijdige mannelijkheid de ondergang van de mensheid tot een reëele mogelijkheid maakt. Hoe is dit te verklaren?
De vrouw was voor de man geen gelijkwaardige levensgezellin, maar een ondergeschikte. Maar als ondergeschikte was ze toch een vrouw, zij het een vrouw in slavernij. Thans als gelijkberechtigde is zij dikwijls geen vrouw meer en ze wil het niet zijn, begerig als ze is om haar nieuw ver worven vrijheid te handhaven. De emancipatie van de vrouw leidde tot haar vermannelijking. Ze gebruikt haar stem om die aan mannen te ge ven en ze past zich aan aan de mannelijke normen en de mannelijke, politieke instellingen. Ook de vrouw dreigt een machine-mens te worden en als zodanig is ze nog afschrikwekkender dan de man. Vooral de sfeer van het politieke leven werkt op de psyche van de vrouw als een ver nielend vergif. Een man als partij-fanatikus is geen aantrekkelijk wezen, maar als een vrouw door politiek fanatisme wordt aangetast, is ze een af schuwelijk monster. (133)
“Da werden Weiber zu Hyänen, Noch zuckend mit des Panters Zähnen, Zerreissen sie des F eindes Herz.”
Zo dichtte Schiller in Das Lied von der Glocke. Geestelijk bleek de vrouw tegen haar maatschappelijke bevrijding niet opgewassen. Door eeuwenlange onderdrukking is een diep minderwaardigheidsgevoel in haar ontstaan. In de psycho-analyse duidt men de onbewuste instelling van de vrouw aan met het niet prettig klinkende, maar veelzeggende woord penisnijd. Penisnijd … dat betekent kritiekloze bewondering voor het mannelijke, afgunst op de mannelijke voorrechten, afwijzing van eigen vrouwelijkheid, verdringing van de eigen sexueel-erotische oernatuur. De vrouw wil gelijkwaardig zijn aan de man, maar onbe wust erkent ze het mannelijke als het meerwaardige. Ze wenst geestelijke zelfstandigheid, maar ze bootst de kritiekloos bewonderde man na, neemt zijn waardemaatstaven over en probeert hem zelfs in mannelijk hèid te overtreffen. Zo verloochent zij haar sexe en verdoemt zichzelve om te leven in een onoplosbaar konflikt met haar eigen diepste wezen. De vermannelijking van de vrouw leidt tot nivellering der geslachtsver schillen. Niet de uiterlijke nivellering is hierbij het belangrijkste – deze is wellicht niet zo groot – maar de innerlijke, de geestelijke nivellering, die des te funester werkt, omdat zij, achter het toch nog vrouwelijk uiter lijk verborgen, niet onmiddellijk zichtbaar is.
Zeker is het heerlijk voor de vrouw door de man als gelijkwaardig kame raad beschouwd en behandeld te worden. Maar wanneer in deze kame raadschap de hulde aan haaf vrouw-zijn ontbreekt, dan heeft ze een zeer ernstig verlies geleden, een verlies dat niet vergoed kan worden door ge lijkwaardigheid in de kameraadschappelijke sfeer. De kultureel-gevormde man zal de omgang met ontwikkelde vrouwen zeker op prijs stellen, maar als in zijn waardering voor haar kennis en geestelijke prestaties de hulde aan haar vrouw-zijn ontbreekt, dan heeft ze niets dat de moeite waard is, gewonnen. De blauwkous is tenslotte een zielig wezen, waarvan elke man, ook de geleerde man, een afkeer heeft.
Zal het levenbeschermende vrouwelijke beginsel de overwinning kunnen behalen op het levenvernietigende, mannelijke machtsstreven? Zullen de vrouwen over heel de wereld zich verenigen om de atoombom-oorlog on mogelijk te maken? Zullen de vrouwen zich bewust worden van haar geestelijke kracht? Zullen ze haar kinderen weten te behoeden voor de verwording tot robot? Hier volgt een merkwaardig citaat uit een recente publikatie, Vooruit gang, kultuur en maatschappij, van Dr. C.W. Rietdijk:
” … de produktie van menselijke lichamen bevindt zich nog in het stadium van de huis-industrie en het partikuliere initiatief … “
De schrijver laat ons geen twijfel, dat als het van hem afhing, dat stadium heel gauw voorbij zou zijn. We waren dan niet ver van Huxley’s Bra ve new world. Zullen Rietdijk en zijn geestverwanten het winnen? Zijn er dan nog er gens vrouwen, die aan de vooravond van de haast onvermijdelijke onder gang van een vastgelopen mannenmaatschappij, zich bewust worden van haar speciale vrouwelijke roeping? Zij zouden een nieuwe matriarchale (134) kultuurperiode kunnen inluiden. Waar zijn de moedige, klaar-bewuste vrouwen, die zich kunnen en durven onttrekken aan de geestelijke heer schappij van de mm, die de politici minachtend de rug toekeren? Want waarlijk onze wereld heeft haar nodig. De verscheurde mens kan alleen van haar heil en heling verwachten. Ziet de verloren mens tever geefs uit naar de ontwaakte vrouw? Waar zijn de vrouwen, die met stille, ingetogen fierheid, haar vrouw-zijn dragen, die de normen en maatstaven der mannenwereld van zich hebben afgeworpen, die weigeren te kapitu leren voor de onmenselijke en ontmenselijkende eisen der mannenmaat schappij? Onze wereld heeft nieuwe, vrouwelijke heiligen nodig, profe tessen en priesteressen van een nieuwe kultuur, verkondigsters en sticht sters van een nieuwe, matriarchale, aarde- en mensheid omvattende reli gIe.
“Denn mit sanft überredender Bitte Führen die Frauen den Zepter der Sitte, Löschen die Zwietracht, die tobend entglüht, Lehren die Kräfte, die feindlich sind hassen, Sich in der Iieblichen Form zu umfassen, Und vereinen, was ewig sich flieht.”
(Fr. von Schiller)