(DE WEDERGEBOORTE VAN EROS vervolg2)
HET EVANGELIE VAN DAVID HERBERT LAWRENCE
Lawrence heeft na zijn dood grotere bekendheid gekregen. Er bestaat reeds een vrij uitgebreide literatuur over zijn leven en zijn werk. Dat wil echter geenszins zeggen, dat hij door velen wordt begrepen, laat staan dat zijn boodschap wordt aanvaard. Want Lawrence brengt een boodschap en ik meen alle recht te hebben het een blijde boodschap te noemen. En om dat zijn boodschap ook mijn boodschap is, geef ik hem hier een plaats in mijn boek. Ik aarzel niet hem de belangrijkste schrijver te noemen uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Ik heb daarbij niet op de eerste plaats het oog op zijn letterkundige wa’ilrde, die geenszins gering is, maar op de in houd van zijn verkondiging. Want Lawrence was op de eerste plaats een verkondiger. Maar hij was een kunstenaar en dus bracht hij zijn boodschap in de vorm van romans, novellen en gedichten, jazelfs in de vorm van schilderijen. Hij moet William Blake wel gekend hebben, ofschoon dat nergens blijkt. Hij gelijkt op deze Engelse mysticus, die eveneens dichtte en schilderde en die lang voor hem dezelfde gedachten uitte als Lawrence. De romans van Lawrence zijn echte ideeënromans. Uiteraard beeldt hij mensen uit, maar zijn hoofdfiguren zijn dragers, van wat hij verafgood of van wat hij verafschuwt. In zijn romans beweegt het gebeuren zich steeds rondom dezelfde motieven; daardoor lijken zijn romanfiguren zo zeer op elkaar. En wat is dan wel het motief, dat Lawrence’s gehele oeuvre be heerst? Hij verkondigt de heiligheid van het sexuele. Sexualiteit is voor Lawrence religie. En het is daarom, dat ik over hem schrijven moet. He laas moet de strijd nog altijd gevoerd worden op twee fronten, tegen de Viktoriaanse preutsheid en hypokrisie enerzijds en de rationalistische platvloersheid anderzijds. In onze tijd zijn de sterkste tegenstanders van Lawrence niet meer de preutsen en de kalvinisten, maar zij, die de sexua liteit gewoon en natuurlijk vinden en zich verbeelden zeer vooruitstre- (135) vend te zijn, omdat ze openlijk over het sexuele spreken en schrijven. Maar voor wie religie en sexualiteit één zijn, is het vanzelfsprekend, dat hij het sexuele benadert met schroom en eerbied en vol verwondering tegenover het mysterie van het geslachtelijke.
Lawrence werd geboren in 1885 in Eastwood, een stadje in de Midlands in Engeland. De omgeving van zijn kinderjaren was een van alle natuur schoon ontblote industrie-streek. Hij was het vierde kind van een mijn werkersgezin. Zijn moeder was een ontwikkelde ex-ondelWijzeres met streng-puriteinse opvattingen. Zijn vader een onontwikkelde, nogal ruwe mijnwerker, die later aan de drank verslaafd raakte. Het huwelijk van zijn ouders was een droevige mislukking. De moeder richtte al haar liefde op de kinderen. De tengere, lichamelijk niet heel sterke David was haar lie veling. Zij trachtte hem zoveel mogelijk aan zich te binden. Moederbin ding speelt in het werk van Lawrence een grote rol. Enerzijds vreesde hij het soort vrouwen met een heerszuchtige wil om te bemoederen en streed hij voor persoonlijke vrijheid in de liefde. Anderzijds werd hij toch onweerstaanbaar juist door dit type vrouw aangetrokken. Lawrence werkte eerst als kantoorbediende; daarna studeerde hij voor onderwijzer en stond korte tijd voor de klas. Zijn eerste roman, the white peacock, verscheen in 1911. Daarna leefde hij uitsluitend van zijn pen. In 1914 huwde hij met Frieda von Richthofen, een Duitse, die met de Engelse professor Ernest Weekley getrouwd was. Zij werd hevig verliefd op Lawrence en hij op haar. Om hem verliet zij haar man en kinderen en reisde met Lawrence door Duitsland en !talie. Na twee jaar kon Frieda scheiden en trouwde zij met Lawrence. Hun relatie was niet zonder kon flikten en tijdelijke verwijderingen, maar het was een heilzame en vrucht bare relatie, die duurde tot aan Lawrence’s vroege dood. Het zonnige zuiden had op Lawrence dezelfde inspirerende uitwerking als het gehad heeft op die andere ongelukkige, eenzame kunstenaar, Vincent van Gogh. Lawrence met zijn puntbaard en zijn rode snor leek ook uiterlijk op van Gogh. Beiden waren lichamelijk zwak, beiden uitzonderlijk gevoelig en ontvankelijk voor indrukken. Wat de sombere mijnstreek en de weinig aantrekkelijke mijnwerkersbevolking betekende voor Lawrence, dat was Noord-Brabant en de Borinage voor Vincent. En beiden leefden op toen ze het zonnige zuiden leerden kennen, en bereikten een grote kreativi teit. Tijdens de jaren van de eerste wereldoorlog leefde het echtpaar in Cornwall. Zij leden toen bittere armoede. Lawrence was pacifist en uitte openlijk zijn afkeer van alle patriottisme en zijn minachting voor oorlogs enthousiasme. Voor de militaire dienst was hij wegens zijn zwakke borst afgekeurd. Hij was voor de Cornwallers een vreemde figuur; zij wan trouwden hem en zijn duitse vrouw. Hij werd verdacht van spionage een onzinnige verdenking en verbannen uit Cornwall en het gehele ge bied van Zuid-Engeland. Ziedend van woede en verontwaardiging verhuis de Lawrence naar Londen. In 1921 werd zijn roman, the lost girl, be kroond, waarna het hem financieel veel beter ging. Tussen 1920 en 1930 ligt Lawrence’s grootste produktiviteit en dat ondanks zijn lichamelijke zwakte. Hij reisde vrij veel. In Australie schreef hij de in dat land spelen de roman the Kangooroo en in Mexico kwam The plumed Serpent tot stand. Deze laatste roman noemde Lawrence zelf zijn meesterwerk. In 1926 ontmoette Lawrence de schrijver Aldous Huxley. De beide mannen werden vrienden en bleven dat. Toch was Huxley teveel een intel lektualist en een rationalist om veel te kunnen begrijpen, van wat Law- (136) rence bedoelde met “blood consciousness”. Ik zal echter een poging wa gen om dit typische Lawrenciaanse begrip duidelijk te maken. Toch moet Huxley de invloed van Lawrence ondergaan hebben. Zijn roman The brave new World toont diezelfde diepe afkeer van en angst voor de menselijke verslaving aan de techniek, die zo kenmerkend is voor Lawrence.
Vele uitgevers weigerden zijn boeken; meer dan eens werden oplagen ver nietigd en toen zijn werken toch verschenen tenslotte, wekten ze opschud ding en verontwaardiging. Zijn laatste grote roman, die in 1928 verscheen, verwierf een grote bekendheid; daarbij heeft heel wat ongezonde nieuws gierigheid ongetwijfeld mede een rol gespeeld. Het was Lady Chatterley’s Lover. De roman bleef lange tijd verboden in Engeland en in de Verenig de Staten. Lawrence weigerde er wijzigingen in aan te brengen. Men be schouwde het boek als pornografisch. Men moet zich kunnen voorstellen, wat dit voor Lawrence betekende. Hij, die de onaantastbare heiligheid van het sexuele verkondigde, die met puriteinse hevigheid alle sexualiteit, die buiten de sfeer van het heilige lag, als onrein afwees, werd beschuldigd van pornografie. De roman Ulysses van James Joyce, waarin op naturalis tische wijze sexuele gedragingen worden beschreven en waarin geen spoor merkbaar is van enige waarden aan het sexuele toegekend, werd door Lawrence als pornografie beschouwd; hij vond die roman smerig. Law rence beschouwen als een pornografisch schrijver … groter misvatting is nauwelijks denkbaar.
Vergelijkt men Lady Chatterley met romanfiguren als Madame Bovary van Flaubert en Anna Karenina van Tolstoi, dan treft ons een ander ken merkend verschil. Alle drie romanfiguren zijn getrouwde vrouwen, die onbevredigd in het huwelijk, in een buitenechtelijke relatie echte liefde zoeken. Hoewel zowel Flaubert als Tolstoi een diep begrip tonen voor de sexueel-erotische verkommering van hun hoofdfiguren in het huwe lijk, staan zij desondanks moreel afwijzend tegenover de echtbreuk. Zo wel Madame Bovary als Anna Karenina plegen tenslotte zelfmoord. Maar Lady Chatterley verlaat haar steriele echtgenoot en vindt in de relatie tot haar minnaar de weg naar het leven. En Lawrence staat moreel volledig achter zijn hoofdfiguur. Wanneer twee gehuwde mensen samen blijven om wat voor motieven ook, terwijl zij elkaar niet meer liefhebben, dan is dat een misdaad tegen Eros. En hoe zwaar deze misdaad wordt ge straft, dat weten vele gehuwde mannen en vrouwen, wier huwelijk een gevangenis is geworden, het allerbeste.
De laatste jaren van zijn leven ging Lawrence schilderen; hij was verrast dat hij het kon. Een in Londen in het jaar 1929 geopende tentoonstel ling werd op last van de politie gesloten. Frieda wist op het nippertje verbranding van de schilderijen te voorkomen. Dit geschiedde onder de “vooruitstrevende” regering van Labour. In het begin van 1930, kort voor Lawrence’s dood, verscheen de meesterlijke novelle The man who died. De novelle verscheen ook onder de titel The escaped cock. Van alle romans en novellen van Lawrence wordt deze laatste het minst be grepen en het meeste doodgezwegen. Maar juist in deze novelle heeft Lawrence een hoogte-punt bereikt. Grote diepte en glasheldere klaar heid vormen in dit verhaal een wonderschone eenheid. Hier heeft Lawrence zijn boodschap op onnavolgbare wijze gestalte gegeven. Daar om koos ik dit verhaal om de gedachten van Lawrence duidelijk te ma ken en zijn boodschap verder te dragen. Ik heb niet zo heel veel hoop, (137) dat het mij beter vergaan zal, dan het Lawrence verging. Zijn boodschap werd slechts door weinigen begrepen, slechts door enkelen met gejuich ontvangen. Bij de meesten wekte zij misverstand, angst en haat. Lawren ce heeft zeer geleden onder zijn geestelijk isolement. “De haat, die mijn boeken hebben opgewekt, slaat op mij terug” zo klaagde hij kort voor zijn dood. Hij stierf in diepe verbittering in het stadje Vence in Zuid Frankrijk op 2 maart 1930.
Lawrence verkondigde het evangelie van het natuurlijke. Hij wil niet, dat de mens zich alleen laat leiden door verstandelijke overwegingen. De mens behoort zich voornamelijk te laten leiden vanuit de diepte van zijn ziel, vanuit zijn diepste aandriften. Hij veracht de mens, die koel verstan delijk en eenzijdig cerebraal het gehele leven wil stellen onder de kontro le van het denkend bewustzijn. In dit opzicht dacht zijn voorganger William Blake precies zo. Ook deze beschouwde de rede als een usurpa tor, die onrechtmatig de troon van de aandrift in beslag had genomen met de noodlottigste gevolgen voor de mens. De philosoof Ludwig Klages hamerde met Duitse grondigheid op hetzelfde aanbeeld in zijn Der Geist als Widersacher der Seele.
Het is beslist onjuist, uit deze waarschuwingen tegen de overheersing van het bewustzijn te konkluderen, dat de waarschuwers minachting voelden voor de rede en de wetenschap, zoals o.a. Erich Fromm doet. Fromm zegt, dat het niet om minder, maar juist om meer redelijkheid gaat, ge paard met een onvermoeid zoeken naar waarheid. Zo alleen, schrijft hij, kunnen de fouten van een eenzijdig rationalisme worden hersteld. Maar pseudo-religieus obskurantisme is uit den boze. Ik ben dat met Erich Fromm eens en ook Lawrence had geen minachting voor redelijkheid, maar voor dorre verstandelijkheid, die ten onrechte pretendeert redelijk heid te zijn. Meer redelijkheid, zegt Fromm. Uitstekend, zeg ik, want juist meer redelijkheid en meer kennis voeren ons naar de grenzen der rede en brengen ons tot het besef van het Transcendente en maken ons open voor de ervaring van het mysterie van het Zijn. Wie het mysterie aspekt van het Zijnde niet ervaart, is niet in staat ware religie van pseu do-religieus obskurantisme te onderscheiden. Voor de intellektualist is alle religie obskuur. En hij heeft er geen besef van, dat zijn geborneerd intellektualisme een vorm van abskurantisme is, even noodlottig als alle pseudo-religie. Lawrence zegt in Lady Chatterley’s Lover, dat de mens … had broken the true pact between body and souL En Lawrence wil het verbond tussen lichaam en ziel – ziel hier in de betekenis van geest herstellen. En dat wil geenszins zeggen, dat hij de geest zou willen uit schakelen. Lawrence gelooft in het lichaam en de aandriften. Hij wil deze hun fundamentele en centrale plaats in het leven hergeven en eerst dan zullen lichaam en geest geen vijanden meer zijn. En eerst als de rede deze centrale betekenis van het lichaam heeft erkend, is de rede pas waar lijk rede. Zonder deze erkenning verwordt de menselijke rede tot een ge vaarlijke en obskure pseudo-rede. Lawrence wist heel goed, dat het gaat om harmonie tussen lichaam en geest, maar hij moest wel met zekere eenzijdigheid het accent leggen op het lichaam in een tijd, waarin dit zo werd miskend. Lawrence leefde vanuit de diepten van het Onbewuste en wie zo leeft, leeft religieus. Lawrence voelde minachting voor het koele, scherpe, meedogenloze verstand van de mens zonder ziel, dat is zonder diepte. Lord Chatterley, de verlamde mijneigenaar, is er het sym bool van. En met hoeveel afkeer schildert Frederik van Eeden in zijn Kleine Johannes de geleerde Dr. Cijfer, die het gehele leven in formules (138) denkt te kunnen vastleggen. En in Jezus’ Evangelie heet het: .,Aan de kinderkens is geopenbaard, wat aan de geleerden verborgen is gebleven.” Voor de socialisten van zijn tijd voelde Lawrence niet de minste sympa thie. Mensen, die in materiële welvaart, de meest wezenlijke waarde za gen, boezemden hem afkeer in, ook al wilden ze die welvaart voor allen en niet slechts als voorrecht voor enkelen. Lawrence verwierp de wel vaartsstaat. Tegen de Verenigde Staten en hun materialistische wankul tuur voelde hij een hartgrondige weerzin. In The plumed Serpent schrijft hij:
“Amerika kan niet sterven, omdat het helemaal niet leeft.”
“Wat baat het”, zo zegt hij, “de buitenkant van het ei schoon te wassen en schoon te krabben, als het van binnen rot is? En wat voor nut heeft het hongerige mensen te spijzigen en analphabeten te leren lezen, als men ze tegelijk hun ziel afneemt? ”
Lawrence zou stellig zeer wantrouwend gestaan hebben tegenover de hulp aan onderontwikkelde gebieden. Voorzover de onderontwikkelden nog een ziel hebben, hebben ze alle reden om juist de zielloze en godloze westerse wereld als onderontwikkeld te beschouwen. Wij hebben dan in dit opzicht van hen te leren; zij niet van ons. Maar als zij vervallen zijn in een kritiekloze bewondering van de Westerse techniek en in honger naar Westerse welvaart … dan wee hen en ons!
Lawrence verkondigt het Evangelie van de heilige Duisternis. Die Duister nis is de diepte in ons, is het ondoorgrondelijke in ons, is de ontuitput telijke, eeuwige Oerbron van ons leven, van alle leven, is de bron, waar uit onze aandriften ontspringen, waaruit onze begeerte opwelt als een vurige vlam. En die begeerte is schoon en heilig! En die begeerte is God! En zij was in den aanvang en zij zal eeuwig zijn. Als we onze begeerte de vrije loop laten, dan kunnen we nooit ver mis gaan. Want echte be geerte, gezonde begeerte is zuiverend als zonneschijn, als vuur, als regen, zo uit zich Lawrence. Het thema van reiniging en wedergeboorte komt herhaaldelijk in zijn werk voor. Hij spreekt in Lady Chatterley’s Lover over “het reinigende vuur van de loutere zinnelijkheid en over het weg branden van alle schaamte door de uitbundigheid van de hartstocht en de uiterste verfijning van de sexualiteit.”
Lawrence verwierp alle platte losbandigheid en onreine promiskuïteit. Hij veracht Don Juan, de vrouwenjager, omdat hij alle begeerte, die uit gaat van het Ik, onrein vindt. Hij verafschuwt coïtale gewelddadigheid en coïtale krachtprestaties, waardoor stupide vrouwen masochistisch worden. Op het gebied van de liefde is Lawrence een aristokraat, stre vend naar subtiele verfijning en onnoembare Tenderness. Lawrence bezat de gave het mysterie te zien in de gewoonste dingen en dat is het kenmerk bij uitstek van de mystikus en de religieuze pantheïst. In de wereld van het tastbare en zichtbare ervoer hij dat mysterie het diepst en het zuiverst in het menselijk lichaam. En met William Blake had hij kunnen uitroepen:
“Waarlijk, het vrouwelijk lichaam is het werk Gods! “
Hoevele schilders van het vrouwelijk naakt hebben bewust of onbewust datzelfde ervaren. “Mijn ware religie”, aldus Lawrence, “is geloof in het lichamelijke.” Wie niet beseft, dat sexualiteit voor Lawrence religie is, begrijpt hele maal niets van hem … noch van mij. Wie niet inzien kan, hoe juist sexu- (139) aliteit bij uitstek religie zijn kan en religie behoort te zijn … och, die be grijpt niet zo heel veel van het leven. Over de heilige Duisternis spreekt Lawrence in allerlei beelden. Hij noemt Haar de innerlijke vlam, de donkere Godheid Pan, de diepere sexualiteit. Ik noem Haar de Grote Moeder. Die diepere sexualiteit noemt Lawrence nadrukkelijk in tegenstelling met de coïtale, met genotzucht en zinnen prikkeling, die het Ik onaangetast laten. Als alle echt-religieuze mensen, wil Lawrence juist het Ik verliezen. Ik plaats hier in zijn geheel één van zijn meest diepe en heldere gedichten uit Selected Poems.
The mess of love.
We’ve made a great mess of love
since we made an ideal of it.
The moment I swear to love a woman, a certain woman,
all my life,
that moment I begin to hate her.
The moment I even say to a woman: I love you!
my love dies down considerably.
The moment love is an understood thing between us,
we are su re of it,
it’s a cold egg, it isn’t love anymore.
Love is like a flower, it must flower and fade;
if it doesn’t fade, it is not a flower,
it’s either an artificial rag blossom, or an immortelle,
for the cemetery. .
The moment the mind interferes with love, or the will
fix es on it,
or the personality assumes it as an attribute, or the ego
takes possession of it,
it is not love anymore, it’s just a mess.
And we have made a great mess of love, mind-perverted,
will-perverted, ego-perverted love.
Uit dit gedicht blijkt duidelijk, dat de liefde voor Lawrence haar hoge waarde ontleent aan het feit, dat zij vergankelijk is. In eeuwige liefde geloofde hij niet. Lawrence ontkent trouwens in het algemeen doel en gerichtheid in Kosmos en geschiedenis. Alleen het vergankelijke, alleen het hier en nu had waarde voor hem. Maar dat vergankelijke heeft juist zijn waarde als en doordat de eeuwige Duisternis, de Grote Moeder er gestalte in krijgt. Aldous Huxley schreef over Lawrence:
“Hij verstond bij uitstek de kunst van het niets doen, de kunst van het aktieve, naar binnen gerichte niets doen.”
Het zal nu duidelijk zijn, wat Lawrence bedoelt als hij spreekt over Blood Consciousnes en thinking with the blood. In The plumed Serpent beschrijft hij, hoe een kleine groep Mexicanen, in wie een rest van de erfenis van hun voorgeslacht nog levend is, een poging wagen onder de bezielende aansporing van twee leiders, diepe, in het instinkt wortelen de, religieuze waarden te doen herleven.
Lawrence’s laatste novelle verscheen het eerst in de Verenigde Staten in (140) 1929 onder de titel The escaped Cock. De haan, die in het verhaal voor komt, is het symbool van het onoverwinnelijke leven. Later werd de no velle uitgegeven onder de titel The man who died. Bert Honselaar ver zorgde een uitstekende vertaling in het Nederlands. Van alle romans en verhalen van Lawrence is dit laatste verhaal het minst bekend. En toeval is dat niet! De Engelsen Moore en Roberts, die een zeer uitvoerige bio grafie van Lawrence schreven, waarin zelfs de onbelangrijkste gebeurte nissen uit zijn leven worden verteld, wijden aan The man who died, het hoogtepunt van Lawrence’s oeuvre, nauwelijks vier regels. De hoofdfiguur van de novelle is jezus van Nazereth. Hij is the man who died. Maar Moore en Roberts hebben het blijkbaar niet gewaagd, dat in hun biogra fie te vermelden. Zij schrijven, dat het verhaal zich afspeelt in een provin cie van het Romeinse Imperium en dat het een profeet betreft, die werd gekruisigd en die na zijn wederopstanding zijn profetische taak opgaf en levensvervulling vond in de liefde voor een nog maagdelijke priesteres van Isis. Dat is inderdaad de kort samengevatte inhoud van het verhaal. Maar die samengevatte inhoud is niet meer dan het geraamte en bevat niets wezenlijks over de visie van Lawrence. Ik ontkom niet aan de indruk dat de schrijvers opzettelijk hebben vermeden daarover te schrijven. Zij vermelden zelfs niet, dat die profeet jezus is en de Romeinse provincie judea. Deze jezusfiguur van Lawrence verenigt zich in liefde met de priesteres van Isis in de tempel van de godin. Dit moge voor vele Christe nen heiligschennis zijn, voor Lawrence is juist deze paring in de tempel van de moedergodin een verheven en heilige handeling en het hoogte punt van zijn verhaal.
De novelle bestaat uit twee delen. Het eerste deel begint met de beschrij ving van de opstanding van jezus. Lawrence laat dit op heel natuurlijke wijze gebeuren. In het graf herkrijgt jezus het bewustzijn en komt heel langzaam weer tot leven. Hij was nog niet dood; men had hem te vroeg afgenomen. Hij weet zich te bevrijden van zijn windsels en komt moei zaam uit zijn graf nog vol weerzin tegen het leven, nog vol onwil om op nieuw te beginnen. Maar hij is herrezen en tenslotte aanvaardt hij dat. Maar hij is niet meer dezelfde bezielde profeet, die hij voor zijn kruisi ging was. Een geheel nieuw inzicht is in hem doorgebroken. Hij zegt tot zichzelve:
“Zij hadden gelijk met mij te kruisigen! Ik wilde hen niet laten
in hun onwaardige zondigheid; ik wilde hen opheffen tot een ho
ger leven. Maar zij waren daartoe niet in staat. En ik heb dat niet
begrepen. Ik bracht hen onrust en angst. Dus haatten zij mij en
kruisigden zij mij. “
jezus ontmoet een boer, die zijn ontsnapte haan tracht te vangen. De boer verbergt hem in zijn huis, maar is bang. Als jezus bemerkt, dat er in de boer geen wedergeboorte steekt, wendt hij zich met een paar vrien delijke woorden van hem af. Zijn boodschap brengen tot zulk een wezen was volkomen zinloos. En jezus zegt tot zichzelve:
“Deze boer is niet zo heel veel meer dan de kluiten op zijn akkér.
En velen zijn als hij. Het gaat niet om opheffing van allen. De ve
len zullen worden omgeploegd als de kluiten op de akkers.”
(141)
In Dostojewsky’s roman De gebroeders Karamozow ontmoetten we een zelfde opvatting. De Groot-Inquisiteur spreekt daar tot jezus:
,.Waarom ben je teruggekomen? Wat jij wil is onmogelijk. jouw
waarheid is niet voor alle mensen. Zij zijn te kinderlijk daarvoor
en wij moeten hen leiden en hen tegen jou beschermen. je kunt
hen niet opheffen tot een hoger leven en als je het toch probeert,
zullen wij je opnieuw moeten kruisigen! “
Voor de jezus uit het Nieuwe Testament is geen mens te gering. De Nieuwtestamentische jezus wijst niemand af en acht niemand onwaardig om zijn boodschap te ontvangen. Maar daarmee heeft de jezus van Law rence afgedaan. Lawrence heeft geen geloof in de velen en zijn jezus is niet bereid om zich opnieuw te laten kruisigen. En dat niet, omdat zijn waarheid geen waarheid was, maar omdat deze waarheid te hoog en te zuiver was voor de gewone mens. Zij bereikt slechts de ziel van een gees telijke elite. Lawrence was geen demokraat. Bovendien was hij diep door gedrongen van de uiterst beperkte invloed van de enkele mens. “Niemand kan verder grijpen dan zijn vingers lang zijn”, laat hij jezus zeggen.
ezus ontmoet Maria Magdalena en met haar heeft hij een merkwaardig gesprek, dat voor Maria Magdalena zeer teleurstellend is. Vol vreugde over zijn wederkomst nodigt zij jezus uit bij haar zijn intrek te nemen. ,.Gij weet toch, Heer, dat ik U alles wil geven! “Maar jezus wijst haar af. Hij verlangt dat helemaal niet. Hij bemerkt in Maria een onstilbare behoef te tot bandeloos geven en schrikt daarvoor terug. Maria Magdalena heeft bandeloos genomen. Als zij jezus ontmoet, voelt zij zich mateloos be smeurd en onrein door deze bandeloze omgang met de lichamen van man nen. Zij wil zich reinigen door bandeloze overgave aan de onlichamelijke liefde voor de profeet. Maar jezus, de jezus van Lawrence, wijst Maria Magdalena af en hij spreekt tot haar: “Liefde, ware liefde is geven en nemen. Het is even dwaas en ijdel en onheilvol bandeloos te geven als bandeloos te nemen.” Maar Maria Magdalena begrijpt hem niet, en als zij bemerkt, dat jezus voorgoed afstand heeft gedaan van zijn profetische taak, klaagt zij bitter: “Zijt ge dan voor niets opgestaan? ”
n het tweede deel ontmoet jezus de priesteres van Isis. Zij was schoon en vele mannen dongen naar haar gunst. Maar zij, hoewel gevleid, was verward en wist niet, wat zij doen moest en hoe ze zich gedragen moest. Ze zocht daarom een beroemde wijze op en vroeg hem om raad. De wijze man sprak tot haar:
“De ziel van de maagd is als de teergevormde lotosknop, die wacht
op de zon om open te gaan. Maar er zijn drie soorten zonnen.
De eerste is de harde, agressieve winterzon van de macht en de
heerschappij. Wacht U voor hem. De tweede is de schone, pralen
de, kortstondige, openlijke gouden dagzon. Ontwijk ook hem.
De derde is de verborgen nachtzon, die straalt met een wonderlijke
gloed. Het is de zon, die is ondergegaan en weer herrezen is. Het is
de verscheurde en weer opgestane Osiris. Als ge kunt, wacht op
hem. Want de eerste twee zullen de knop hoogstens openrijten,
maar onder de geheimzinnige, zachte stralen van de derde zal de
knop tot wondere schoonheid openbloeien. ”
(142)
Dit is de reden, zo vertelt de priesteres jezus, dat ik nu op 27-jarige leef tijd nog maagd ben. Want ik heb gewacht. Ik ontmoette Caesar, de heer ser, maar ik weerstond zijn kracht. Ik ontmoette de schone Antonius; zijn stralende mannelijkheid deed mij sidderen, maar ook aan hem gaf ik mij niet.
Thans heb ik U ontmoet en gij zijt de herrezen Osiris, nietwaar? “Zo ge dat wilt, ben ik dat” antwoordt jezus. Hoe diep tragisch is het donkere, droevige, onbewuste wachten van vele vrouwen in onze dagen op de ware man, de man, die noch pralen, noch heersen wil. Het wachten is meestal tevergeefs. En niet minder tragisch is het wachten van de man op de ware vrouw, de vrouw, die fier is op haar vrouwelijkheid en die in de kern van haar wezen haar sereniteit heeft bewaard. Ook dat wachten is meestal tevergeefs. De priesteres nodigt jezus uit met haar de tempel te betreden en jezus zegt tot zichzelve:
“Moet ik mij overgeven aan de handen van deze jonge maagd? Ik
heb mij overgegeven zonder verzet aan de harde, wrede handen
der mensen, die mij doodden.
Hare tederheid is verschrikkelijker en lieflijker dan de dood, die
ik stierf.”
In de tempel heeft dan hun vereniging plaats. Daarna knielt jezus en bidt:
,,0, Vader, waarom hebt Gij dit voor mij verborgen gehouden? “
En dan legt hij zijn hand op de naakte schouder van de vrouwen zegt:
“Op deze zachte, witte rots bouw ik mijn leven.”
En hiermede heeft Lawrence dan zijn belijdenis uitgesproken. Het einde van het verhaal is kenmerkend voor Lawrence’s houding tegenover de maatschappij. Noch in de harde, Romeinse wereld van toen, noch in de niet minder harde wereld van onze dagen, is veel plaats voor de ware liefde. Er zijn vele wetten in de samenleving, waaraan men moet gehoorzamen. Maar de allerhoogste wet, de wet der liefde, geldt er niet. Jezus wordt ontdekt en men tracht hem opnieuw te vangen. Maar ditmaal geeft hij zich niet gewillig over. Hij weet door list te ontsnappen en trekt dan als geneesheer de wereld in.
Sinds het verschijnen van dit wonderbare verhaal zijn bijna veertig jaren verlopen. Hoevelen hebben Lawrence’s evangelie vernomen? Hoevelen, die er van weten, hebben het begrepen en aanvaard? Hoevelen zullen mijn stem vernemen en in hun hart door mijn boodschap worden geraakt? (143)